4 maart 2015. Onthoud die datum. Dat is de dag dat ik Marie Kondo leerde kennen. Marie wie? Komt zo.
Marie Kondo kwam binnen via een omweg. Op 28 februari 2015 stond er een artikel in de Volkskrant van Aaf Brandt Corstius. Ik hou van Aaf. Alleen haar fijne initialen doen mijn bibliothecaris-hart al sneller kloppen. Ik hou ook van de Volkskrant, maar jammer genoeg was mijn abonnement juist een week voordien geëindigd. Maar gelukkig is er Facebook. En via Facebook kwam ik op het spoor van Aaf, en zodoende op het spoor van Marie Kondo.
Het artikel  van Aaf ging over opruimen. En niet zomaar opruimen, nee het ging over een boek dat ze gelezen had. Dat Boek was geschreven door Marie Kondo en heette 'The life-changing magic of tidying up. The Japanese art of decluttering and organizing.' Die titel!



Wat Aaf erover schreef leverde al zoveel aha-erlebnisse op, dat ik mijn kledingkast ging opruimen volgens de KonMari-methode voordat ik ook nog maar een letter gelezen had van het magische boek zelf. 
Nou is dat op zich wel snel, maar voor mijn persoon misschien niet zo heel bijzonder. Ik heb op dit blog al vaker geschreven over opruimen, minimalisme en 'declutteren met Flylady', en weggooien is wel iets wat ik kan. Ik zou het bijna een hobby kunnen noemen. Nee, het bijzondere komt nog.
Ik whatsappte mijn dochter van zestien, wier kamer in een continue staat van ontploffing verkeert: "Volgens mij kun jij ook opruimen als je dit artikel leest." Waarop ze terug appte: "Niet van die vieze praatjes mam." Want opruimen hoeft van haar niet zo erg. Ze vindt het prima om over alle troep heen te stappen, en waarom zou je snoeppapiertjes weggooien als ze ook gewoon jaren in je kamer kunnen rondhangen? Nou dan.
Ze las het artikel toen ze thuiskwam. En terwijl ze nog maar halverwege was zei ze: "Ik wil NU beginnen met opruimen!" Aaf Brandt Corstius verdient een standbeeld. Het mag zelfs bij mij in de voortuin. 
Natuurlijk ging ze niet onmiddellijk opruimen, want eerst gingen we een hele tijd lyrische reviews over het boek lezen op Amazon.com (en ook een klein aantal reviews van mensen die vinden dat Marie Kondo OCD heeft of anders gewoon knettergek is). Reviews lezen op Amazon is trouwens naast weggooien en opruimen ook een heel interessante hobby. Het kost niets, en je leert enorm veel over de menselijke geest.
Enfin, twee dagen later gebeurde het dan toch. Een uurtje hard werken leverde dochter VIER vuilniszakken vol kleding op, en een keurig opgeruimde kledingkast. Plus dat er een hele kast leeg overbleef. Ik kon mijn ogen niet geloven. Pure magie! 
Ondertussen appte ik wat heen en weer met mijn collega, die ook al aan het kondo'en was geslagen, naar aanleiding van Aafs verhaal. En ook haar dochter - net zo'n sloddervos als de mijne, maar dan met een heel huis om te laten ontploffen -  had eindelijk het licht gezien. En allemaal waren we zo blij en vrolijk en wilden we nog meer dingen wegdoen.
En dat alleen maar op grond van de flintertjes informatie die we hadden opgepikt uit de krant. Haal je hele kast leeg, verzamel al je kleding. Neem elk kledingstuk in de hand, en vraag jezelf af of je een 'sparkle of joy' voelt. Niet? Dan kan het weg.
Die sparkle of joy, die doet het hem. Het is een totaal ander insteek dan de dingen die je normaal overweegt als je probeert keuzes te maken. (Maar ik heb het misschien ooit wel nodig. Maar ik heb dit gekregen, ik kan het toch niet zomaar achter de rododendrons sodemieteren). Plotseling zie je in dat je ontzettend veel dingen om je heen hebt die heel andere gevoelens oproepen dan joy. Ergernis, schuldgevoel, melancholie, onrust, spijt. Waarom zou je je omringen met dat soort gevoelens als je je ook kunt omringen met alleen maar dingen waar je echt gelukkig van wordt?
Ik wil enkel sparkles of joy om mij heen! Ik kan niet wachten totdat ik wat meer tijd heb om alles aan te pakken volgens de methode van Marie Kondo. Ik voel dat ik heel veel dingen kan bedanken en loslaten. Dat bedanken is ook een KonMari-dingetje, maar dat moet je toch echt zelf gaan lezen. Ik kan het hele verhaal gaan herhalen, maar ik doe dat vast niet zo goed als Aaf. 
Lees het artikel van Aaf Brandt Corstius hier.
Het boek van Marie Kondo is inmiddels ook in het Nederlands verkrijgbaar onder de vreselijk saaie titel 'Opgeruimd', Ik raad je aan om de Engelse vertaling te kopen, want: magic en hardcover en bovendien goedkoper. Bijvoorbeeld bij Bol.com.

Er is deze week veel over geschreven: Te Gezond Eten.
Kranten plaatsten sensationele koppen over de ondervoede kinderen van hoogopgeleide ouders, de Linda van deze maand had als thema 'Rot toch op met je chiazaad!" en Facebook en Twitter ontploften zowat door de reacties op deze artikelen. De voorstanders van 'gezond eten' voelden zich aangevallen, en de tegenstanders namen nog een patatje oorlog om het te vieren.

Ik zag het allemaal aan met een glimlach, want ik ben dan wel van het gezonde eten, en lust ook wel een superfoodje hier of daar, maar ik ben ook van het relativeren en de zelfspot. Meestal check ik even het onderzoek waar de krantenkop op gebaseerd is, en dan blijkt het allemaal reuze mee te vallen en is de uitkomst lang niet zo spectaculair als het in de krant gebracht werd.

Ik was van plan om lekker door te gaan met gezond eten. Inderdaad: ik ben er zo eentje die geen tarwe eet; niet vanwege de 'Broodbuik'hype, maar omdat ik op tarwe reageer met buikpijn en spierpijn. Af en toe als ik echt brood wil, eet ik speltbrood. Wel lekker stevig volkoren speltbrood uit de natuurwinkel natuurlijk, want dat is tenminste gezond. En gezond is het nieuwe dun, (of het nieuwe zwart, daar wil ik af wezen).
Verder eet ik yoghurt met lijnzaad en chiazaad en noten. Af en toe een smoothie met groene bladgroenten er in. Wekelijks een paar keer linzen, want peulvruchten zijn vezelrijk en gezond. En groenten, gekookt maar ook rauw in de salades. Ik ben het type van zelfgemaakte soep meenemen naar mijn werk. En geroosterde bloemkoolsalade met walnoten. Jup.

Jammer dat ik me alleen de laatste jaren niet zo heel veel beter ben gaan voelen. Sinds een paar jaar leek ik juist wel hoe langer hoe allergischer te worden. Wijn? De vlekken slaan me uit. Peper? Uitslag in mijn gezicht. Pollen in de lucht? Jeuk en uitslag.
Steeds vaker begon ik me af te vragen waar ik NU weer op reageerde. En hoe is het in vredesnaam mogelijk dat als ik met vakantie ben en even het hele gezonde eten aan de kant schuif en leef op Kuchen en Rote Gruetze, ik nergens uitslag heb? Raadsels.

Nou, die raadsels zijn nu opgelost. Het antwoord? Ik eet te gezond! Ik zou het niet geloofd hebben als ik het niet zelf had meegemaakt. Het is bijzonder ironisch dat ik er juist deze week achterkom, maar het is waar.

Vandaag ging ik wegens bovengenoemde klachten naar een mesologe. Mesologie verbindt wetenschappelijke en traditionele kennis en houdt dus wat het midden tussen regulier en complementair. Je tong en pols worden beoordeeld, je organen worden gevoeld, en je wordt doorgemeten op 80-100 meridiaanpunten.

Ik had al een uitgebreid vragenformulier ingevuld vooraf, waarin ik al mijn klachten kon aangeven en een overzicht gemaild met wat ik zoal eet.
Een aanvullende vraag die de mesologe vandaag stelde was: Ben je toevallig allergisch voor nikkel?
Ja! Inderdaad, sieraden met nikkel veroorzaken flinke eczeem bij mij.
Haar tweede vraag was: weet je dat in sommige voedingsmiddelen ook heel veel nikkel zit?
Eh...nee. Daarover had ik nooit zo nagedacht.
Een voedingsmiddel dat veel nikkel bevat is tarwe, legde ze uit. Nou, wat toevallig! Geen wonder dat ik daar op reageer! dacht ik nog blij, want misschien gloorde er licht aan het einde van de allergietunnel.
Het doormeten van de meridianen leverde meer informatie op. Geen volkorenprodukten moet ik meer eten. Geen zilvervliesrijst. Geen rogge. Geen soja. O, en verder geen noten, lijnzaad, tonijn uit blik, pastinaak, peulvruchten, havermout, thee en chocola.

En dat waren (zag je hem aankomen?) min of meer de hoofdbestanddelen van mijn eetpatroon tot nu toe.

Ik ben duidelijk, zoals de mesologe het noemde, het type 'blije macrobioot'. (Echtgenoot zei naderhand opmerkzaam: "Dat klinkt alsof ze eigenlijk bedoelde 'blije idioot'."  Maar wat weet hij er van? Hij eet havermoutpap noch chiazaad.)

De lijst met nikkelrijke voedingsmiddelen is nog veel langer, en ik begrijp nu waarom ik me maar steeds niet gezond voelde. Ik at 'gezond', maar té gezond. Die enkele keer dat ik een boterham at, had ik gewoon een witbroodje moeten eten in plaats van dubbelbiologisch supervolkoren gedesemd spelt. En de roggebrood en zilvervliesrijst moeten ook het raam uit. Sla is uit den boze voor mij, net als taugé of andijvie. Echtgenoot en jongste dochter (die een verbond hebben om stiekem Marsen en Snickers naar binnen te smokkelen) hebben verschrikkelijk hard gelachen om deze wending in de gebeurtenissen.

Zelf moet ik  nog even wennen aan hoe mijn nieuwe dieet eruit gaat zien. Cream crackers met roomboter en ham zijn 'goed' maar dat voelt zo...ongezond.
Gelukkig mogen heel veel groenten en fruit nog wel. En zalm. Maar ik kan nu serieus zeggen: rot toch op met je chiazaad.
En ik was echt de laatste die gedacht had dat ooit te zullen zeggen. Het was een veelbewogen week.



Fortuosity, that's me byword
Fortuosity, me twinkle in the eye word
Sometimes castles fall to the ground
But that's where four leaf clovers are found

Fortuosity, lucky chances
Fortuitious little happy happenstances
I don't worry 'cause everywhere I see
That every bit of life is lit by fortuosity

Fortuosity, that's me own word
Fortuosity, me never feel alone word
'Round the corner under a tree
Good fortune's waitin' just wait and see

Fortuosity, lucky chances
Fortuitious little happy happenstances
I keep smilin' 'cause my philosophy
Is do your best and leave the rest to fortuosity

I keep smilin' 'cause my philosophy
Is do your best and leave the rest to fortuosity


http://youtu.be/ZopsTitgJs4

(Liedje uit een film die ik nooit gezien heb, "The Happiest Millionaire". Ik leerde het uit een Disney muziekboek en ik word er altijd heel vrolijk van)
Eindigde ik de vorige blogpost nog met een volle garage en mogelijke drukke tijden qua opruimen, loopt het leven toch compleet anders dan je verwacht.

Druk heb ik het gehad, dat zeker, en dat zal ook nog wel even zo blijven. Maar dat ligt niet aan die volle garage.

Op 10 juli ging de broer van Echtgenoot naar de dokter omdat hij steeds zo moe was. De dokter stuurde hem naar huis met de boodschap: 'Eet maar wat meer koolhydraten en neem maar een energiedrankje.' Dat heeft mijn zwager nog twee weken geprobeerd maar toen kon hij letterlijk geen vijf meter meer lopen. Inmiddels kwam hij dagelijks bij ons omdat wij het niet meer vertrouwden dat hij veel alleen was, en terecht, want thuis at hij niet meer. We gingen met hem terug naar de dokter, toen moest hij bloedprikken, toen naar het ziekenhuis. Echtgenoot reed hem overal naartoe, want zelf rijden kon zijn broer ook niet meer.
Om een toch al kort verhaal nog korter te maken: vier weken geleden kreeg mijn zwager te horen dat hij kanker heeft. Uitzaaiingen in het hele lichaam. Niks meer aan te doen. Daarna heeft hij nog ruim een week bij ons gelogeerd, en toen kregen we de indruk dat hij te weinig dronk en daardoor uitdroogde, en heeft de huisarts een plaats voor hem in het hospice geregeld. Daar is hij nu. Zelf heeft hij vrede met het einde, ook al is hij nog maar 58 jaar, en alle bezoek gaat met een goed gevoel weer naar huis. Hij regelt alles wat hij nog kan regelen zelf. Dat wil zeggen ... hij beslist, ik regel.

Als ik dus opnieuw een tijdje niet blog, dan weten jullie hoe dat komt. En hopelijk heb ik de volgende keer iets leukers te vertellen.


Na de renovatie (zie vorige blogpost) stonden we voor een dilemma - we vonden het huis minder leuk geworden. En na 17 jaar wonen zouden we nu langzamerhand nieuwe vloerbedekking moeten leggen (de gaten in de vloerbedekking van de trap begonnen echt op te vallen) en de boel weer eens moeten opknappen. Maar hadden wij daar nog wel zin in? Nu de WC zo klein was geworden, en douchen een soort campingervaring, wilden wij dan nog tijd en geld investeren in dit huis?

Niet echt. En dus besloten we te verhuizen. Over een jaar, zodat we eerst de tijd hadden om op te ruimen en te wennen aan het idee. En toen waren we bij de bouwvereniging om te vragen naar een project van nieuw te bouwen huizen (die over een jaar opgeleverd worden), en zag echtgenoot een huis te huur staan waar hij beslist op wilde inschrijven. Ondanks dat het maar twee slaapkamers had (en geen zolder) en dat dus een probleem zou kunnen opleveren qua berging van de spullen die we in drie slaapkamers (plus een zolder) hadden staan. Ik was sceptisch over het huis maar dacht dat we niet veel kans hadden omdat dit een populair huis was, dus ik liet hem zijn gang gaan.
En toch hadden we twee dagen later een brief dat we het huis toegewezen hadden gekregen. Dat was even schrikken voor mij. Ik heb er meer dan een week over nagedacht en hoofdpijn van gehad (want het huis voldeed weliswaar aan zes van mijn acht wensen, maar die zevende was mogelijk wel een dealbreker), en toen besloot ik er maar voor te gaan. Als we dan in de winter geen zon in de kamer hebben (de zevende wens) dan is dat maar zo .... dan moet ik misschien toch maar aan de kaarsjes. En bij gebrek aan logeerkamer kunnen we in het uiterste geval een super-de-luxe opblaasbed gebruiken.
Bovendien stelde echtgenoot een goede deal voor: nu hij het huis gekozen had mocht ik de inrichting helemaal alleen bepalen. Toen was ik om. Onze smaak loopt namelijk nogal uiteen: waar ik alles licht en ruim (echtgenoot verdenkt mij ervan stiekem de dochter van Jan des Bouvrie te zijn) wil hebben houdt hij nogal van overbodige prulletjes en lelijke relikwieën uit zijn jeugd die vreselijk zijn om af te stoffen. Dus zonder compromissen de inrichting mogen bepalen was te verleidelijk om te laten lopen.

Van een jaar lang rustig opruimen kwam daarom niet veel - alles moest acuut geregeld worden en ingepakt en weggedaan. Ik heb veel overtollige dingen kunnen ruilen via de plaatselijke Facebook-ruilgroep (heel leuk!) voor etenswaren of dingen die voor ons wel nuttig zijn.

En dus zijn we nu verhuisd. De werkelijkheid was vele malen vermoeiender dan het uitspreken van deze woorden,  en ik heb een paar weken op pijnstillers geleefd maar het is gelukt, we zijn over. Ik begin langzaamaan mijn hand weer te kunnen gebruiken (na vijf dagen muren verven en tien Ikea-bouwpakketten was mijn hand zo pijnlijk en opgezet dat ik amper een kopje kon vasthouden) en ik heb gister weer eens gekookt. Weliswaar alleen witlof met een hamburgertje, maar na een paar weken van ellendig fastfood was dat een hele verbetering. Hoeveel ik ook van koken en lekker eten houd, het is het eerste wat ik opgeef in tijden van stress.


De rolgordijntjes hangen (schoonzusje had het bloed op de knokkels staan), er is een stopcontact in de meterkast aangelegd (welke gek bedenkt nou dat je de modem in de meterkast op de kabel moet aansluiten terwijl daar GEEN stroom is voor die modem?) en de planten uit de tuin zijn meeverhuisd op hoop van zegen, want het is het verkeerde seizoen.

Het huis is beneden groter dan ons oude huis, met een keuken waar je met meer dan een persoon kunt staan (hoera!). En een bijkeuken (die ik zeventien jaar enorm gemist heb) en een garage, en een tuin op het westen in plaats van op het noorden. Verder ligt de straat aan een brede sloot met veel kikkers en eenden en er staan knotwilgen en het lijkt soms op zo'n straatje uit The Truman Show - te volmaakt. Afgezien van het slopende harde werk heb ik tot nu toe steeds het gevoel alsof ik in een vakantiehuis zit. Zingende merels, de zon die naar binnen schijnt, kindertjes die buiten spelen. De gordijnen in de openslaande tuindeuren (ook dat nog!) die zachtjes wapperen in het briesje. Kortom: bij nader inzien was het toch het perfecte huis. Vooral nu het helemaal naar mijn smaak is ingericht. (Uitgezonderd van de kamer van dochter J. die interieursgewijs een plotselinge voorkeur blijkt te hebben voor alles wat we sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw hebben geprobeerd te vergeten: Bruin. Franje. Jute. Riet. Als ze binnenkort gaat macrameeën zal me dat niks verbazen.)


Nu alleen het oude huis nog schoonmaken, wat nog tegenvalt want ik dacht dat ik best schoon was maar als je huis leeg is blijkt dat overal nog spinnenwebben rondhangen en vettige laagjes zitten op plaatsen waar je nooit komt met de wekelijkse schoonmaakronde. Vrijdag leveren we de sleutel in. Hoera.

En dan moeten we de nieuwe garage nog leegmaken, die vol staat met dingen die - ook na de drastische opruimactie - toch niet in het huis passen...waaronder dertig jaargangen Donald Duck (niet van mij), drie kasten, vijf dozen met spullen van dochter A. die al twee jaar niet meer thuis woont.
Want voor je het weet ben je twee jaar verder en staat die garage nog steeds vol, dus daar moeten we meteen korte metten mee maken. Mocht een volgend blog dus weer even op zich laten wachten, dan weet je waar ik mee bezig ben.



En kijk ondertussen nog even naar mijn leuke behangetje. 

Groot onderhoud. Als ik niet beter wist zou ik denken dat de Bouwvereniging het speciaal heeft uitgevonden om mijn uithoudingsvermogen te testen. Een uithoudingsvermogen dat beschamend klein blijkt te zijn voor iemand die bij wijze van ontspanning het SAS-handboek leest.

Na twee weken ernstige overlast (lees: werklieden die, beginnende om 07.15, de hele dag in en uit mijn huis wilden, hevig lawaai en bergen rommel maakten en ons zonder water en stroom opsloten in de woonkamer terwijl we al die tijd geen douche en toilet hadden, en en passant nog even de stroomdraad levensader naar mijn elektrisch fornuis doorzaagden) hoeft er nu alleen nog maar geschilderd worden. Buitenom. Ik, met mijn optimistische instelling, had bedacht dat dat een peuleschilletje zou zijn vergeleken met die twee weken. Want: buiten is niet binnen. En: buiten schilderen veroorzaakt geen WC-stress.
Nou, dat had ik dus verkeerd ingeschat. De schilders blijken van het dommige soort en praten alleen binnensmonds. Om de vijf minuten wordt er aangebeld omdat er een deur dan wel raam open moet, of juist weer dicht, en ik moet alles navragen omdat ze hun woorden niet echt kwijt willen. Een mannetje is vandaag al vier keer geweest om 'een beetje stroom' te vragen mompelen. Telkens voor twee minuten, daarna belt hij weer aan om zijn stekker weer terug te krijgen. 
Net nu de kit-walmen van tussen de verse tegeltjes zijn opgetrokken worden we vergiftigd met verfdampen. En met alle ramen open is het ook niet bijster warm. Waarom doen ze zulke dingen altijd in de winter? Ik heb twee keer eerder een renovatie/groot onderhoud meegemaakt en beide keren zaten we te klappertanden omdat het al half november was. (Ik schrijf dit terwijl een schilder half mijn woonkamer inhangt en in een Fries dialect tegen zijn kompaan buiten praat over appeltjes. Ik ben de onzichtbare vrouw.)
En uiteraard bellen ze telkens net aan als ik denk veilig even op mijn nieuwe maar akelige WC te zitten. Je zou van minder een spastische darm krijgen.
Nu zie ik de rest van de twee weken dat er geschilderd wordt met angst en beven tegemoet. Nog twee weken steigers voor de deur. Twee weken de slaapkamergordijnen dichthouden. De kachel uit. De adem in. 
Ik weet het: ik hoor blij te zijn, want ik heb een gemoderniseerde WC en douche gekregen en het buitenschilderwerk wordt gedaan. 
Maar na opgegroeid te zijn in een schattig boerderijtje dat gedurende achttien jaar verbouwd werd heb ik mijn portie kou, stof, herrie en chemische dampen gewoon wel gehad. Ik wil comfort. Ik wil orde, netheid, warmte. Ik verhuis nog liever dan dat ik in een renovatie/verbouwing/groot onderhoudsmomentje zit.
Wat mij in deze dagen op de been houdt is denken aan mensen in vluchtelingenkampen, want die moeten dag in dag uit in dit soort stress leven. En dan ook nog met duizenden mensen bij elkaar. Dat moet een nachtmerrie zijn. (Zo sprak ik mezelf ook altijd toe als we gingen kamperen; Je kunt dit, want de kindertjes in Afrika zijn er veel slechter aan toe. Wat dat nog met 'plezier' en 'vakantie' te maken had, weet ik eigenlijk ook niet.)
Enfin. Ook dit zal voorbijgaan. Het enige positieve wat het oplevert is een blogpost. Kennelijk is akeligheid de drijfveer die mij tot schrijven aanzet. Dus jullie mogen de Bouwvereniging wel dankbaar zijn.




Ach, wat lief. Firma Fluitenkruid (ik durf nog steeds niet geloven dat ze echt zo heet) heeft mij genomineerd voor een Liebster Award. Wat dat dan ook mag zijn. Ik vind doorgeefblogawards soms een beetje awkward, het heeft zo'n hoog kettingbriefgehalte. Maar omdat het Firma Fluitenkruid is (of niet dus, *grijns*) zal ik mij onderwerpen aan dit 'diepte-interview'.

1. Waar ben je zoal mee bezig?
Momenteel (vanaf vanochtend kwart over zeven) wordt ons huis gerenoveerd. En daar word ik een beetje nerveus van, al die mensen die je huis in en uit lopen, en troep, en geen water, geen WC en geen badkamer. Het goede nieuws is waarschijnlijk dat ik - omdat schoonmaken geen zin heeft en ik de helft van mijn huis niet kan gebruiken - tijd heb om te bloggen. 

2. Wie of wat is je grootste inspiratie?
Iedereen van wie ik iets leer. Dat zijn (of waren) leraren op school, schrijvers, bloggers, mijn moeder, de hond... 

3. Met wie zou je wel een dagje willen ruilen? 
Met mijn dochter die wijsbegeerte studeert. Ik ben niet naar de universiteit geweest en ik zou wel eens een dagje student willen zijn!

4. Wat zit er in je handtas? 
In mijn kleine handtasje zit: geld, pasjes en kortingkaarten, een Zwitsers zakmes, een brillenpoetsdoekje, een pen, mijn sleutelbos, mijn telefoon, een haarspeldje en pijnstillers. Dit is het handtasje voor boodschappen doen, op visite gaan, ouderavonden en naar de kapper.

Voor winkelen of een dagje weg heb ik een grotere handtas.
In die grotere handtas zit: Libresse, twee brillendoekjes, blaarpleisters, een EHBO-setje, een mini rolmaat, twee pennen, lipstick, arnicazalf, een tekentang, nog een tekentang (what the heck?!), mijn zonnebril, nog een brillendoekje, een klein hartvormig doosje waar ik rozijntjes en noten in doe voor trek onderweg, zakdoekjes, pijnstillers, theezakjes, nog een brillendoekje (ik begin ineens in de gaten te krijgen waar al mijn brillendoekjes gebleven zijn), een nagelvijl, een vlekkenstift, lipbalsem, concealer. Hee, nog een rolmaat (ik wist niet eens dat ik er twee had!). Een vouwparaplu (maar die zit er normaal nooit in). En mijn Dopper waterfles. Als we op vakantie gaan komt daar nog de Dwarsligger 'SAS handboek' bij.
Er zijn mensen die aan taslezen doen. Maar volgens mij heb je weinig fantasie nodig om te bedenken dat ik het type 'altijd voorbereid' ben - gezien alle medische hulpmiddelen en voorzorgsmaatregelen voor elke situatie zoals: onverwacht bij de IKEA terechtkomen (rolmaat), een teek tegenkomen in de stad (twee tekentangen) en onverwacht lange nagels krijgen (waarvoor ik dan een nagelvijl nodig heb).

(Als je geen handtas hebt: wat zit er op dit moment in je vriesvak?) Geen brillendoekjes, gelukkig. Ik heb het gecheckt.

5. Wat vind jij echt onwijs irritant?
Mensen die zeggen dat 'ze zich irriteren aan' dingen. Of 'zich beseffen dat' ... eigenlijk schendingen van de taal in het algemeen. Aan de andere kant realiseer ik me dat taal altijd in ontwikkeling is, en wil ik ook niet zo zijn als mijn oma die dertig jaar na de spellingswijziging nog 'menschen' schreef. Dus het blijft tegenwoordig bij stilletjes ergeren in plaats van keihard corrigeren. 

6. Waarvan geniet jij het meest?
Lezen in bed. Gezond, lekker eten. Thee van Simon Lévelt (Earl Green, bijvoorbeeld). Mijn chihuahua als ze heel blij is. Mijn ipad. Lijstjes maken. Een heel schoon en opgeruimd huis, en dat dan de zon naar binnen schijnt. Terwijl de ramen dan toevallig ook net gewassen zijn.

7. Is er iets wat je al heel lang wil doen maar er nog altijd niet van is gekomen?
Een boek schrijven. 

8. Wat is je irritantste gewoonte?
Ik denk dat mijn kinderen zouden zeggen: niet goed luisteren. Ik ben meestal heel druk bezig in mijn hoofd en dan gaan de dingen in de realiteit wel eens aan mij voorbij. 

9. En waar ben je juist trots op?
Dat ik op mijn 30e mijn rijbewijs nog heb gehaald. Dat ik twee jaar geleden 17 kilo ben afgevallen en een stabiel gewicht heb. Dat ik niet stilsta, maar mezelf altijd doelen stel en dan iets bereik. Dat zijn niet per se dingen die door anderen waargenomen worden, maar ik weet dat ik iedere dag vooruitga en steeds een beetje beter ben dan gisteren.

10. Wat zou je doen met een half miljoen? 
Een nieuwe garderobe aanschaffen. Een weekje lekker in een hotel. Misschien wel een huisje in Drenthe kopen.

11. Waar kijk je straks op je sterfbed met tevredenheid op terug? 
Ja, dat vraag ik me ook geregeld af. Tot nu toe kan ik niets verzinnen. Dus dat is nog work in progress...

Plus twee bonusvragen voor de dames van mijn leeftijd:

Wie wilde jij vroeger altijd zijn: Agnetha of Annifrid?
Ik heb ABBA pas een paar jaar geleden ontdekt, dus de echte hype is aan mij voorbijgegaan ook al ben ik wel van jouw leeftijd. Wie ik wel altijd graag wilde zijn was George, het stoere meisje uit De Vijf. Zo'n meisje met een zakmes (maar zonder nagelvijl).

Welke Charlie’s Angel wilde jij altijd zijn? 
Sorry, heb ik ook niet meegekregen, opgevoed zonder TV. 
Ik ‘ben’ Monica uit Friends (die ken ik want die serie kijk ik nu online.)


P.S. het blog van Firma Fluitekruid staat rechts van deze post in de lijst met favoriete blogs.